
De Nepperd E-book
Eén emotionele avond tequila-shots schenken en karaoke zingen met de verdediger van de Hawks loopt uit op meer dan ik ooit had verwacht. Een vernietigende kater, een huisuitzetting… en een huwelijksaanzoek.
Als Torsten en ik trouwen, kan hij een belofte aan zijn grootmoeder inlossen en wordt de schuld waar ik in verdrink betaald uit zijn trustfonds. Een win-winsituatie. Een simpele, duidelijke afspraak tussen vrienden.
En wat dan nog als mijn “vriend” doordringende blauwe ogen heeft, een zondige glimlach en een lichaam dat mijn dromen beheerst? Het zou niets moeten uitmaken dat Torsten mijn verleden begrijpt en me een gevoel van veiligheid geeft.
- $35+15% korting
- $65+25% korting
- $85+30% korting
- $115+35% korting
Vaak samen gekocht
Meer van Gina Azzi
Every book you add counts toward Buy More, Save More: 15% kortingoff at $35, 25% kortingat $65, 30% kortingat $85 and 35% kortingat $115, taken off automatically at checkout.
Voordat je begint
- De serie
- Dit is boek 3 van Boston Hawks Hockey, 9 boeken in totaal. The complete series bundle saves the most.
- Levering
- Ontvang een downloadlink per e-mail van BookFunnel.
- Lezen
- Lees op elk apparaat in de BookFunnel-app — binnen een paar minuten kun je beginnen.
Exclusief voorproefje: De Nepperd, Hoofdstuk 1
“Ga je nu echt nog werken?” vraagt mijn beste vriendin Claire.
Ik gooi mijn tas op de passagiersstoel, klem mijn telefoon tussen schouder en wang en draai de sleutel in het contact.
Mijn oude auto—een wrak dat ik liefkozend Sally noem—proest en sputtert.
“Kom op! Doe me dit niet aan, Sal.” Ik geef een klap met mijn handpalm op het stuur.
“Heb je die auto nou nóg steeds niet laten nakijken?” Claires stem klinkt vol ongeloof en ik knijp mijn ogen dicht.
Rustig ademhalen. Alles is prima.
Ik draai de sleutel opnieuw om en voel opluchting door me heen stromen wanneer oude Sally eindelijk aanslaat. In mijn ooghoeken prikken bijna tranen.
“Claire, het spijt me. Ik maak het goed met je. Het is alleen—”
“Die klootzak Stu heeft gebeld. Ri, waarom werk je eigenlijk nog voor die vent? Hij belooft je al maanden een promotie en nog steeds: nada, niks, noppes. Jij werkt je kapot om al zijn idiote deadlines en eisen te halen. Het is vrijdagavond! Ik heb je de afgelopen twee weken één keer gezien.”
Een zwaar gevoel knijpt mijn hart samen. Claire heeft gelijk. De afgelopen tien maanden, sinds ik mijn diploma haalde, heb ik me bij Hendrix Marketing kapot gewerkt om te bewijzen dat ik mijn baan waard ben. De meeste ochtenden zit ik er al om zes uur en ’s avonds ben ik altijd de laatste die vertrekt.
Stu blijft maar zeggen dat ik nog even moet volhouden, dat de beloning eraan komt. De promotie die hij al zes maanden voor mijn neus laat bungelen, houdt me op de been, zelfs wanneer de uitputting toeslaat.
Erkenning hoef ik niet eens zo nodig. Het gaat me om dat flinke salaris, zodat ik mijn studieschuld kan afbetalen. Maar de laatste maanden raakt mijn geduld op en Stu’s handen worden steeds losser.
Vorige maand streek hij met zijn vingers over mijn kont en deed alsof het per ongeluk was. Twee keer. En drie dagen geleden noemde hij me sexy.
Hij is walgelijk. Maar als ik eerlijk ben, ben ik nog het meest teleurgesteld in mezelf. Ik weet dat ik ontslag zou moeten nemen. Als Claire wist hoe Stu zich echt gedraagt, zou ze me dwingen ermee te stoppen. Alleen heb ik deze baan nodig, op een manier die Claire niet begrijpt. Vooral omdat ik het haar nooit verteld heb.
Ik verdrink in de schulden.
“Laat me gewoon even snel naar kantoor gaan en kijken wat hij wil. Ik stuur je straks een bericht. Misschien red ik het nog om op tijd bij Jolene’s te zijn.”
“Oké,” zegt Claire, terwijl ze het woord langgerekt uitspreekt. “Ik hoop echt dat je komt, Ri. En nee, dat zeg ik niet om je een schuldgevoel te geven. Ik mis je gewoon. En met Indy is het niet zo leuk drinken nu het spannendste drankje dat ze neemt gemberbier is.”
Ik snuif. “Ze is zwanger, Claire.”
“Ik weet het, ik weet het. Maar toch…”
“Ik ga mijn best doen om te komen,” beloof ik. “Ik rijd nu naar kantoor.” Ik trek mijn gordel over mijn borst. “Ik app je zodra ik weet wat er aan de hand is.”
“Prima. Je weet dat je altijd per ongeluk een kop koffie over Stu’s kruis kunt laten vallen…”
Ik schiet in de lach. “Je hebt geen idee hoe vaak ik dat al heb overwogen.”
“Tot straks.”
Ik verbreek de verbinding en stuur mijn auto in de richting van kantoor.
Stu Sanders beheerst—en verziekt—mijn leven inmiddels al bijna een jaar. Hij kan maar beter een goede reden hebben om me hierheen te laten komen, want mijn geduld is zo goed als op.
***
Ik ga deze gloeiend hete koffie niet over het kruis van Stu Sanders gooien. Dat zou kinderachtig zijn.
Hij is mijn baas. Ik hoor hem te respecteren. Van hem te leren.
Ook al staart hij me op dit moment aan als een gore gluurder.
Rustig ademhalen. Ik heb deze baan nodig. Ik heb het geld nodig. Rekeningen. Studieschulden.
Stu’s blik glijdt langs mijn heupen en blijft hangen bij mijn borsten, op een manier die zo onprofessioneel en walgelijk is dat mijn maag zich omdraait.
Ik zet de mok naast zijn elleboog, die nonchalant op zijn bureau rust. De mok komt met een klap neer en een paar druppels koffie spatten op zijn bureaulegger.
Het geluid trekt zijn aandacht en zijn kleine, kraalachtige ogen gaan omhoog naar de mijne.
Mijn lippen zijn zo strak op elkaar geperst dat de woorden die door mijn hoofd schreeuwen er niet uit kunnen. “Wat moesten we zo dringend bespreken?”
Stu likt langs zijn lippen en laat zijn blik net iets te lang op de mijne rusten. “Waarom? Had je plannen vanavond?”
“Ja, Stu. Die had ik. En ik ben al te laat.” Ik zet een stap achteruit en sla mijn armen over elkaar. Met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik hem aan, wachtend tot hij eindelijk zegt waarom hij me hierheen heeft laten komen.
Hij schraapt zijn keel en kantelt zijn hoofd. “Een date?”
Ik druk mijn lippen op elkaar en zeg niets.
“Ben je ooit met een oudere, meer ervaren man geweest, Rielle? Iemand die weet wat hij met een vrouw zoals jij in bed moet doen?”
Een verstikte kreet ontsnapt me. Meent hij dit nou serieus? Mijn huid kruipt wanneer ik de honger in zijn ogen zie, alsof hij zich al voorstelt hoe ik onder hem lig. Mijn maag draait om.
De flits van woede die door me heen gaat, wordt meteen overspoeld door angst. Ik moet hier weg. Meteen.
Ik draai me om, maar op dat moment grijpt Stu mijn dij van achteren vast. Zodra zijn vlezige vingers mijn been omsluiten, schrik ik en stap achteruit, waarbij mijn hak in het tapijt blijft haken.
Hij schiet naar voren, slaat zijn andere arm om mijn middel om te voorkomen dat ik val.
“Je hoeft niet voor me op je knieën te vallen, schat.” Zijn adem ruikt naar oude sigaretten en slaat tegen mijn gezicht. Hij staat veel te dichtbij, hijgend bijna, en paniek welt op in mijn borst.
Ik probeer achteruit te stappen om afstand te creëren, maar hij trekt me juist dichter naar zich toe.
“Nergens meer heen, Rielle. We zijn hier toch alleen en ik weet dat je dit wilt.” Zijn hand glijdt naar mijn kont.
Wat. De. Fuck.
Ik zet beide handen tegen zijn borst en duw hem van me af. “Blijf van me af, Stu. Ik heb geen interesse.” Mijn stem klinkt duidelijk, maar aan het eind trilt hij verraderlijk, waardoor mijn zenuwen toch hoorbaar worden.
Zijn handen klemmen zich nog steviger om me heen.
“Doe niet zo, Rielle. Ik weet dat je deze baan nodig hebt. Mij nodig hebt.”
Angst kronkelt door mijn buik terwijl ik tegen zijn greep vecht. Hij knijpt mijn armen zo hard samen dat zijn vingertoppen straks blauwe plekken achterlaten. “Ik heb jou verdomme niet nodig. Laat me los.” Mijn stem slaat over in een grauw terwijl ik me los probeer te wrikken. Mijn knie raakt zijn kruis en hij brengt een schor geluid uit, dubbelklappend van de pijn.
Ik ruk me los en wijk langzaam achteruit. Ik weet dat ik moet rennen. Ik moet hier weg. Nu meteen. Maar… “Stu, dit gaat echt niet—”
“Je bent ontslagen, Rielle,” brult Stu terwijl hij zich weer opricht. “Tien verdomde maanden lang loop je me te teasen met die sexy rokjes en hoge hakken. En nu wil je ineens niet meer meespelen?” Hij schudt zijn hoofd. “Ik ga hier niet voor betalen als ik ook een assistente kan nemen die wél bereid is het werk te doen dat ik nodig heb.”
Mijn mond valt open. Ik ben nog nooit zo geschokt geweest. Zelfs niet die avond waarop mijn vader me vertelde dat ik geneeskunde moest gaan studeren, anders draaide hij de geldkraan dicht. “Maak je nou een grap?” De woede laait op en het voelt bijna bevrijdend om hem eindelijk toe te laten. Om mijn wrok jegens Stu naar buiten te laten in plaats van hem telkens weer weg te slikken. “Ik ben niet jouw assistente, Stu. Ik ben marketingmedewerker.”
Hij wuift mijn woorden weg met een achteloos gebaar, zijn ogen samengeknepen tot spleetjes.
“En ik hoef dit soort onzin niet te pikken.” Ik wijs naar hem, moediger nu het bureau tussen ons staat. “Ik zou nog niet met je naar bed gaan als jij de laatste man op aarde was en de mensheid dreigde uit te sterven.” Ik draai me om en loop met grote passen zijn kantoor uit.
Zodra ik de drempel over ben, dringt het tot me door dat wij misschien wel de enige twee mensen in het hele gebouw zijn. Mijn handen beginnen te trillen en de woede zakt weg terwijl angst als een koude rilling langs mijn ruggengraat glijdt. Ik grijp mijn jas en tas van mijn bureau en haast me naar de liften, terwijl ik herhaaldelijk op de knop naar beneden druk.
Pas wanneer ik in mijn auto zit, de deuren op slot, dringt de realiteit echt tot me door. O god. Gal stijgt op in mijn keel en mijn handen beven. Ik voel me licht in mijn hoofd, wankel en misselijk. Wat moet ik nu? Ik heb die baan nodig. Ik heb dat geld nodig.
Het tweede—of was het inmiddels al het derde?—uitzettingsbericht flitst door mijn hoofd. Dat dunne roze papiertje dat ik zes weken geleden van mijn appartementdeur trok en verfrommeld in mijn vuist hield, op de avond dat hockeyidool Torsten Hansen me naar huis bracht. Ik was dronken. En ik ratelde maar door. Ik stond toen al op breken.
Maar nu… nu ben ik compleet gebroken. Want vanmorgen hing er weer zo’n briefje op mijn deur. Deze keer heb ik het laten hangen.
Ik ga mijn lening niet kunnen afbetalen. Ik ga de huur opnieuw missen.
Ik word uit mijn appartement gezet. En dan heb ik nergens meer om naartoe te gaan, behalve een steeg.
Tranen vullen mijn ogen. De drang om te huilen—om te snikken, te schreeuwen, ergens op te slaan—stijgt op in mijn keel, maar op het laatste moment slik ik hem weg. Ik mag dan niet langer onder het dak van de familie Carter wonen, diep vanbinnen ben ik nog steeds een Carter. En Carters houden hun zaken voor zichzelf. We lossen onze eigen problemen op en hangen niets aan de grote klok. Niet onze gedachten, niet onze gevoelens en al helemaal niet onze mislukkingen.
Rustig ademhalen. Het komt goed. Ik los dit wel op.
Het schelle gerinkel van mijn telefoon doet me opschrikken en ik neem op. “Claire.”
“Ri-Ri! Het spijt me zo dat ik degene ben die moet afzeggen, maar Indy heeft brandend maagzuur en East is net terug van een AA-bijeenkomst en lijkt nogal overweldigd, dus—”
Een vleugje opluchting trekt door me heen. Het laatste waar ik nu zin in heb, is in een rumoerige bar zitten en tegen Claire en Indy moeten schreeuwen dat ik ontslagen ben, betast, en binnenkort dakloos zal zijn. O god, wat zou ik graag eerlijk tegen ze zijn. Over mijn familie. Mijn financiën. Mijn gebrek aan opties.
Maar als ik dat doe, zouden ze me helpen. Zonder één vraag te stellen.
En daarmee zou ik de enige echte vriendschappen die ik heb onherstelbaar veranderen. Ik heb met eigen ogen gezien hoe geld families en vriendschappen kapot kan maken, en dat risico ga ik niet nemen met Claire of Indy. Ik schraap mijn keel. “Geen probleem, lieverd. Eerlijk gezegd ben ik zelf ook doodmoe.”
“Maar ik maak het nog goed met je.”
“We plannen snel iets nieuws.” Ik zeg er niet bij dat mijn agenda nu ineens helemaal leeg is. “Ga maar lekker naar je man.”
Claire giechelt en een steek trekt door mijn borst. Natuurlijk ben ik blij voor haar en Easton. Ze hebben hard aan hun relatie gewerkt en samen heel wat obstakels overwonnen. Ik snap dat Claire er voor hem wil zijn. Dat moet ook.
Maar soms, op momenten als dit—wanneer het me ineens treft hoe verstikkend alleen ik ben—wens ik dat ze zou zien dat ik aan het verdrinken ben. Dat iemand zou merken dat ik elk moment kopje-onder kan gaan.
“Ik bel je morgen, Ri.”
“Welterusten, Claire.” Ik verbreek de verbinding en haal trillend adem. Daarna rijd ik langzaam de parkeerplaats af.
Een deel van mij wil niets liever dan naar huis, onder de douche stappen en meteen mijn bed in kruipen. Maar een ander deel gruwelt bij het idee om nu alleen te zijn, met de stilte, met al mijn fouten die me van alle kanten lijken te omsluiten.
Ik rijd de afslag naar mijn appartement voorbij.
Wat ben ik in hemelsnaam aan het doen? Ik kan toch niet zomaar doelloos rondrijden en Sally’s benzine verspillen. Voor een rood stoplicht klem ik mijn handen om het stuur. Mijn hoofd laat ik achterover tegen de hoofdsteun vallen. Tranen prikken in mijn ooghoeken. Wat moet ik doen? Maandag verwacht Jerry Jensen een aflossing op mijn lening en ik kom nog ruim tweehonderd dollar tekort.
Ik zou Sally kunnen verkopen.
Mijn maag draait om bij die gedachte. En dan? Dan koop ik er misschien een paar maanden tijd mee, meer niet. Ik heb een plan nodig. Voor het eerst in mijn leven heb ik er geen.
Je wilt marketing studeren? Het honende gelach van pap klinkt weer in mijn hoofd. Wat voor waardeloos leven denk je daarmee te krijgen? Je verdient er geen cent mee. De minachting in zijn blik was destijds overduidelijk.
Maar ik was koppig. Zo overtuigd dat ik mijn eigen pad kon uitstippelen en mijn eigen toekomst kon creëren. Ik nam mijn leven in eigen handen en zou het op mijn manier doen. Mijn keuze van universiteit, mijn studie, de mensen met wie ik samenwoonde.
Een snik ontsnapt me wanneer ik aan die vier magische jaren terugdenk. Samenwonen met Claire. Me geïnspireerd en gepassioneerd voelen door mijn vakken. Stage lopen in Parijs. Experimenteren met fotografie. Het voelt als een ander leven.
Een leven van vóór de werkelijkheid op me neerstortte en ik besefte dat ik bijna een half miljoen dollar verschuldigd was aan de familie van een jeugdvriend, die mijn studie had gefinancierd tegen de wil van pap in.
Had pap dan toch gelijk?
Die gedachte snijdt diep. Want als dat zo is, heb ik een stuk meer fouten gemaakt dan alleen tien maanden blijven hangen in een ondankbare baan onder Stu Sanders.
In de verte knippert het neonbord van Taps, een buurtkroeg die in de loop der jaren behoorlijk bekend is geworden omdat de spelers van de Boston Hawks hier vaak na de wedstrijden wat komen drinken. Claire en ik hebben hier heel wat avonden doorgebracht, vooral omdat haar broer Austin teamaanvoerder is en Easton linksbuiten speelt.
Met een zucht stuur ik de parkeerplaats op.
Eigenlijk zou ik geen geld moeten uitgeven aan een glas wijn. En eigenlijk zou ik niet zo laat nog buiten moeten zijn, want mijn appartement ligt in een buurt waar je ’s avonds beter niet rondhangt. Het laatste wat ik nodig heb, is vanavond nog een man van me af moeten slaan met losse handen.
Maar de herinnering aan Stu’s handen lijkt nog over mijn huid te kruipen. Ik ril. Als ik nu alleen ben, word ik gek.
Ik stap uit, trek de ceintuur van mijn jas strak, hang mijn tas over mijn schouder en haast me naar binnen bij Taps.
Binnen is het warm. Achter de bar staat Pete, een bekend gezicht. En niemand kijkt een meisje met tranen in haar ogen hier twee keer aan.
Ik ga aan het uiteinde van de bar zitten en trek mijn jas uit. Met een langzame uitademing stop ik mijn haar achter mijn oren en zwaai naar Pete. Zodra ik een glas merlot in mijn hand heb, ontspant mijn lichaam een beetje. Ik neem een flinke slok en laat de volle smaak langzaam door mijn keel glijden.
Het komt goed. Ik verzin wel iets.
Maar wat?
Niet voor het eerst wens ik dat mama nog leefde. Als zij er nog was, was het nooit zo geëscaleerd tussen pap en mij. In elk geval niet op deze manier. Even sluit ik mijn ogen en probeer haar kalme stem te horen, het gevoel van haar vingers die door mijn haar gingen. Telkens als ik na weer een ruzie met pap naar haar toe stormde, boos en overstuur, lachte ze dat we te veel op elkaar leken — allebei koppig en vol vuur.
Maar ik was het daar nooit mee eens. Ik wilde de dochter van mijn moeder zijn, door en door. Zelfs nadat ze van me werd weggerukt toen ik veertien was.
Ik bijt op de binnenkant van mijn wang en dwing mezelf mijn ogen te openen. Nog een slok wijn.
De adrenaline die sinds Stu me aanraakte door mijn lijf gierde, begint langzaam weg te ebben. Vermoeidheid spoelt over me heen.
De deur van Taps gaat open en een paar mannen die vlak bij me zitten, beginnen opgewonden te fluisteren. Wanneer ik mijn hoofd draai, snap ik meteen waarom.
Torsten Hansen, verdediger bij de Hawks en ongeveer de belichaming van alles wat sexy is, komt net binnen.
Jezus.
Mijn wangen gloeien. Kan deze avond nog erger worden?
Zes weken geleden ging ik met Claire op stap en werd ik belachelijk dronken. Toen Claire al vroeg naar huis ging, bleef ik achter en dronk ongeveer mijn lichaamsgewicht aan tequila- en vodkashots. Torsten Hansen, ridderlijk als hij blijkbaar is, zorgde ervoor dat ik veilig thuiskwam.
Hij trok zelfs geen gezicht toen hij het licht aandeed in mijn kleine appartement.
Ik ben het meisje dat in Southie woont. Hij is de man die een paar straten verderop aan de Waterfront complete appartementencomplexen bezit. Op dat moment werd het verschil tussen ons — en tussen mij en mijn eigen familie — pijnlijk duidelijk.
En het deed pijn. Het schuurde langs mijn ziel om te weten dat mijn eigen trots de reden was dat ik nu zo woonde. Dat ik zo weinig opties had.
En Torsten Hansen, met zijn brede schouders en belachelijke sixpack, had het allemaal met eigen ogen gezien.
Ik laat mijn hoofd zakken en neem nog een grote slok wijn. Ik moet hier weg. Naar huis. Onder de douche springen, een miljoen jaar slapen en dan opnieuw beginnen.
Maar wanneer ik weer opkijk, botsen mijn ogen tegen twee ijskoude blauwe ogen.
Verrassing trekt over Torstens gezicht wanneer hij me herkent. De vriendelijkheid in zijn blik doet iets in mijn keel zwellen. Tranen prikken opnieuw in mijn ogen, klaar om te vallen.
Hemel, wat is er mis met me?
Ik probeer me te herpakken, maar het lukt niet. Alles voelt wankel, alsof de zwaartekracht me net als de rest van het universum in de steek laat. Oude onzekerheden en gevoelens van tekortschieten sluiten zich om me heen. Mijn mislukkingen liggen open en bloot voor iedereen om te zien.
Blijkbaar is dat van mijn gezicht af te lezen, want Torstens mond vertrekt en hij lijkt van zijn barkruk te willen glijden.
O nee.
Ik schud snel mijn hoofd en gebaar dat ik wel naar hem toe kom.
Naast hem is een lege plek. En hoewel hij beslist niet degene is bij wie ik uit elkaar wil vallen, is hij in elk geval niet Claire.
Ik haal diep adem, pak mijn glas wijn en mijn jas en hoop vurig dat ik mezelf niet nóg meer voor schut zet.
Al vraag ik me af of dat op dit punt überhaupt nog mogelijk is.


















